Hoe bepaalt de rechter zijn straf?

Rechters omzeilen de wet door het taakstrafverbod te negeren, kopten verschillende media op 19 januari 2017. De rechters vinden zelf van niet. Hoe zit dat, en hoe beslist een rechter eigenlijk welke straf het beste past? 6 vragen en antwoorden.
Wat beogen rechters als ze een straf opleggen?
Met het opleggen van een straf beoogt een rechter verschillende dingen: vergelding voor het leed dat is berokkend (genoegdoening voor het slachtoffer of nabestaanden), afschrikking (om anderen ervan te weerhouden strafbare feiten te plegen), bescherming van de samenleving (tegen gevaarlijke criminelen), maar ook ‘resocialisatie’. Een dader moet niet alleen gestraft worden, ook willen justitie en de rechterlijke macht voorkomen dat daders opnieuw een strafbaar feit plegen.

Wat wegen rechters allemaal mee bij het opleggen van een straf?
Rechters willen, zoals gezegd, met hun straf het liefst voorkomen dat iemand opnieuw in de fout gaat, dit is voor iedereen het beste. Ze doen dat door maatwerk te leveren als ze een straf opleggen. Rechters kijken niet alleen naar het gepleegde misdrijf, maar ook naar de persoon van de verdachte, de omstandigheden waaronder hij het feit heeft gepleegd en de impact op het slachtoffer. Als je dat meeweegt, is gevangenisstraf niet altijd de beste oplossing. De kans is groot dat de veroordeelde zijn baan verliest, zijn opleiding afbreekt, zijn huis kwijtraakt en relatieproblemen krijgt. Als hij vrijkomt, heeft hij niets om op terug te vallen. Dat vergroot de kans dat hij opnieuw op het slechte pad komt. Dat is slecht voor hem, maar ook de samenleving heeft er belang bij dat dat niet gebeurt.

Een taakstraf voor ernstige misdrijven, gebeurt dat?
Voor ernstige misdrijven legt de rechter gevangenisstraf op. De behoefte aan vergelding speelt dan een grote rol. Na een lichter vergrijp van iemand die nog nooit eerder een misstap heeft begaan, kan een taakstraf meer voor de hand liggen. Ook andere omstandigheden kunnen daarvoor bepalend zijn. Bijvoorbeeld dat iemand zijn leven inmiddels helemaal heeft omgegooid en grote spijt heeft van zijn misdrijf. Is de rechter daarvan overtuigd, dan kan hij voor een taakstraf kiezen om die gunstige ontwikkeling niet te doorbreken. Dit is dan wel vaak in combinatie met een voorwaardelijke celstraf, als stok achter de deur.

Maar een taakstraf stelt toch niks voor?
Dat zien rechters anders. Wie een forse taakstraf krijgt, moet in zijn vrije tijd aan het werk en kan er niet omheen zijn omgeving in te lichten over wat er aan de hand is.

Waarom heeft de wetgever dan een taakstrafverbod ingevoerd?
Politici hebben besloten dat voor ernstige zeden- en geweldsmisdrijven een taakstraf niet voldoende is. Een taakstraf mag in deze gevallen wel, maar alleen in combinatie met onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

​Dan mogen rechters dat toch niet omzeilen?
Klopt, rechters moeten de wet uitvoeren. Dat doen ze ook. Maar ze blijven zoeken naar de straf die het beste effect sorteert voor dader, slachtoffer en samenleving. Voor een ernstig zedendelict zoals verkrachting leggen rechters gemiddeld 24 maanden gevangenisstraf op. Maar er zijn ook zedendelicten, bijvoorbeeld aanranding, waarvoor, alle omstandigheden in aanmerking genomen, een taakstraf voldoende kan zijn. Rechters houden dan de celstraf, die ze volgens de wet óók moeten opleggen, zo kort mogelijk. Bijvoorbeeld 1 dag, of de tijd die iemand al in voorarrest heeft gezeten.